21.3.08

Doorstart Elders



Langzaam weer begonnen en mijn eerste blogjes zijn nu te lezen op Koolwitje, onder de URL http://wittevleugels.blogspot.com/. Een nog wat rommelige start aldaar. Het mag de pret niet drukken. Veel zal er niet veranderen.

28.6.07

Blogzak


Ben bijna een maand niet aan het weblog toegekomen. Heb wel een voorraad onderwerpen maar nu Stefan vertrokken is moet ik weer erg hard werken en heb daarom weinig tijd gevonden blogjes te schrijven. Daarbij laten zich twee andere problemen gevoelen. Vorig jaar gaf ik nog aan dat ik schreef zonder me om mijn lezers te bekommeren. Maar dat houd ik niet helemaal vol. Stiekem ga ik bij mezelf eisen stellen aan de inhoud en stijl van de postings. Is het onderwerp wel leuk of interessant genoeg, heb ik een aardige invalshoek te pakken etc. En daarvan kun je, zo heb ik ergens gelezen Blogstress krijgen. Voorkomen is beter dan genezen zo heb ik even gedacht. De zomervakantie die eind volgende week begint ga ik benutten om na te denken over voortzetting van mijn “Dagelijks Leven” en over het format waarin ik verder wil werken. Ik blijf schrijven leuk vinden maar ben zoekende.
U kunt gerust tot 1 augustus wachten met het opnieuw kijken naar Dagelijks Leven. Het reces is begonnen.

30.5.07

Taaie Tinus

Ik liep al weken met een bizarre wedloop in mijn hoofd. Wie zou er eerder doodgaan: de buurvrouw of Tinus, ons konijn. Het werd zoals je al gelezen kunt hebben de buurvrouw.
Tinus had al jaren last van schimmel. Nu werd hij al door niemand anders opgepakt dan door mij, de verzorging berustte hoofdzakelijk in mijn handen. Hij begon steeds moeilijker te bewegen en onlangs openbaarde zich een soort verlamming aan z’n achterpoten. Hij viel om als hij tegen het gaas aansprong wanneer ik met het etensbakje aankwam. Krabbelde dan wel weer op en at dan zijn bakje toch braaf leeg.
Op een avond zat Coos huilend voor het hok. Tinus die inmiddels op de begane grond zijn bivak had gekozen lag amechtig op zijn zij. We drapeerden wat stro rond om hem en ik sprak de plechtige verwachting uit dat hij die nacht wel zou sterven. Maar hij bleek taaier dan gedacht. Binnen het gezin kwam de euthanasiediscussie op gang. Hetty voor, Coos tegen en ik om meerdere redenen weifelachtig. Ik dacht dat hij op korte termijn zelf het leven wel zou laten en om met zo’n schimmelig en ogenschijnlijk verwaarloosd beestje bij de dierenarts aan te komen bezwaarde mijn gemoed: schaamte. Palliatieve zorg en versterven leek me een aanvaardbare tussenweg. Maar god,,wat duurde dat langer dan ik had gehoopt. Uiteindelijk besprak ik dinsdagavond met Coos, de wettige eigenaar van het diertje, dat ik op mijn donderdagse thuisdag met Tinus naar de dierenarts zou gaan voor een spuitje. Tijdens het afscheidsfeest van Stefan, op woensdag, (waarover een ander blogje) belde Coos mij met de mededeling dat Tinus was overleden. Een zucht van verlichting.
William was zo aardig hem in een kartonnen doosje af te leggen. Donderdagavond dolf ik een grafje in de voortuin.
Het hok is nu leeg en ik betrap me bijna iedere avond nog op de gedachte dat ik hem wat te eten moet geven. En als ik langs het hok loop kijk ik nog steeds naar binnen met het idee dat’ie er zou kunnen zitten. Niet omdat ik veel van het konijntje hield, meer uit gewoonte. Die kunnen dieper inslijten dan je ooit van je zelf had kunnen denken.
De kinderen lijken hem al helemaal vergeten. Maar dat is niks nieuws.
(hierboven een jeugdfoto van hem)

27.5.07

Pinksterkamp

Vorig jaar lukt het niet het pinksterkampeerweekend met de Ghijssens en Verhoevens te organiseren. Dit jaar werd op het nippertje iets op de Vlinderhoeve belegd Peter en John stuurden er met hun campers naar toe. Hetty vond de weervoorspellingen te nat om de tent uit het foedraal te halen, dus kozen wij voor de dagvariant. Daar had Karin wel een beetje de pest over in evenals onze kinderen die liever twee nachten onder zeil zouden zijn gegaan. De negatieve gevoelens over de luxepaardjes Pa en Ma werden nog eens versterkt door het feit dat de weersomstandigheden bleken mee te vallen. Mijn stelling dat het buiten altijd mooier weer is dan binnen werd ook dit keer bevestigd. Ondanks deze hobbeltjes werd het een knus samenzijn met bier, pizza en veel rode wijn. Volgend jaar openen wij ons kampeerseizoen met Pinksteren. Behalve als er vorst wordt voorspeld.

26.5.07

Edel vlees

Elfjarige meisjes worden tegenwoordig vegetarisch. Carnicoos was tot voor kort haar bijnaam. Ze verslond met graagte biefstuk, entrecote en karbonade. Alleen van paardenvlees moest ze als amazone niks hebben. Plots op een dag, enkele weken geleden, stopte ze er mee. Met dat lekkere vlees eten. Zaten we na jaren getob net op een haast gezinsuniforme maaltijd krijgen we deze uitzondering weer.
Wolter belde eergisteren dat’ie naar de Achterhoekse Paardendagen ging, vooral om het vierspanrijden te bekijken. ’t Leek me een mooie gelegenheid hem te treffen en Coos een leuk uitje te bezorgen. Dus wij op pinksterzaterdag naar Zelhem. Daar werden de wagentjes met vier paarden in het span hardhandig en zeer snel door wel erg nauwe hindernissen gemanoeuvreerd. Als ze vast kwamen te zitten schreeuwde de voerman extra hard, wapperde met zijn zweep, en hop daar ging het zaakje weer. Daarna bekeken we een tijdje een springtoernooi waarbij de paarden over hindernissen van 1.40 meter werden gedreven.
Ik kon niet nalaten Coos te vragen of ze dit als vegetariër kon aanzien, al gaf ik toe dat het verband misschien wat vergezocht was.

21.5.07

Maat 50

Marc werd vijftig. Ieder jaar Sinterjassen we en rijmen we telkens weer met woorden uit onze kaartkunst. Voor zijn verjaarsbundeltje rederijkerde ik er weer lustig op los. Een fragment.

Wij

Wanneer het verleden lengt,
de kaart steeds minder toekomst brengt,
tellen wij de slagen.
Verdrijven zo de doem der dagen
die nimmer onze roem nog heeft gekrenkt.

Gehuld in rijk gedecoreerde klaverjassen
zullen we tijd en tegenstrevers overklassen
Ons wapen is de overmoed
welke ons zo behendig toveren doet,
ons ‘t ellendig lot bespaart van pover passen.
…..
Door hen en ’t verstrijken van de jaren uitgedaagd
hebben wij niet louter om de buit gejaagd.
Aan de stenen van strijd en vroom gebed
is onze maatschap jarenlang gewet
tot klinkende saamhorigheid waarmee
ons leven eeuwig wordt geschraagd..

20.5.07

Kockey

De jongens moesten tegen een ander E-team van ons eigen DHV. De tegenstanders, een team van iets jongere jongens maar wel allemaal afkomstig uit Gorssel en Epse. Jongens uit families die al eeuwen hockeyen zullen we maar zeggen. Handig door de ouders in 1 team bij elkaar gemanipuleerd. Natuurlijke selectie, heet dat.
We hadden een voorsprong van 4 tegen 2. Een van de ouders, Jan B. stond aan de andere kant van het veld al de hele tijd heel fanatiek te coachen. Maar hij begon ook opmerkingen tegen de scheidsrechter te maken. Opmerkingen die ik vanuit de verte niet kon verstaan. Allengs begon de scheidsrechter, een jongen van een jaar of 15 uit een B-team, partijdiger te fluiten. Er werden twee doelpunten van ons afgekeurd en we schopten wel erg vaak tegen de bal. Ik zou teveel op Louis van Gaal gaan lijken door de arbitrage de schuld te geven van “een wending” in de wedstrijd doch het gebeurde in ieder geval mede dankzij hem en vooral vanwege de opjutterij van Jan B. Ik was ziedend. We verloren met 7 tegen 5 en enkele van de teamleden konden nadien hun tranen niet bedwingen. Niet zozeer omdat we hadden verloren maar vooral vanwege het onrecht dat hen was aangedaan. Jan B. was nergens meer te bekennen want ik had nare woorden bedacht om zijn onsportieve gedrag en fanatieke karakter aan de kaak te stellen. Ik moest het doen met zijn ex-vrouw Elsbeth B die ik alleen maar kon toevoegen dat ze zich gelukkig mocht prijzen om van zo’n eikel gescheiden te zijn. Erg begripvol keek ze er niet bij. Een botte boer als ik prikt eeuwenoude hockeybanden niet zo maar lek.
Geheel onafhankelijk van dit kleine voorval hebben de jongens aangegeven niet verder te willen gaan met hockey. Niet vanwege de resultaten, we staan best hoog in onze divisie, maar omdat ze er te weinig lol aan beleven. Hockey is niet “hun ding”. Dit keer heb ik geen enkele poging gedaan ze tot nog tot een extra jaartje te vermurwen.

19.5.07

Luiken dicht

Met onze linkerburen hebben we een ambivalent contact. Toen we hier 10 jaar geleden kwamen wonen hebben we braaf een kennismakingsbezoek gebracht bij Jan Anton en zijn moeder. Zij toen 75 en hij, alleenstaand, midden 40. We verbaasden ons over de inrichting van hun overvolle kamer. Het leek of de tijd had stil gestaan, we waanden ons in de vijftiger jaren. Ze stookten een kolenkachel, buurvrouw vond verwarming ongezellig en in de keuken beschikten ze over een fornuis dat met briketten werd verwarmd. De hang naar gezelligheid werd blijkbaar geschraagd door een haast totale afsluiting van de buitenwereld. Voor de meeste ramen zijn meestal de luiken gesloten.
Na ons eerste bezoek beperkte ons contact zich tot af en toe praatje bij de voordeur, aan het hek of bij de schutting. Buurvrouw reikte ons dan eitjes aan van de kippen uit het hok in hun piepkleine tuintje of gaf ons een kan eigengemaakte karnemelk. Jan Anton was nooit zo praatgraag maar onze relatie liep een ernstige deuk op vanwege een conflict over een reparatie aan het dak dat we delen. Sindsdien wisselden we nog weinig woorden.
Buurvrouw kwam allengs minder haar stoel uit en kon niet goed uit de voeten met het probleem tussen Jan Anton en ons. Ze bleef vriendelijk zwaaien, belde af en toe en stuurde me op mijn vijftigste verjaardag, waarvoor ik ze natuurlijk wel had uitgenodigd, een bloemstuk.
Vaak was van 1 raam maar een luik open en dat was het venster op de wereld van buurvrouw. De laatste jaren ging haar conditie achteruit. Ze belandde met longproblemen in het ziekenhuis, maar krabbelde weer overeind. Af en toe kroop ze nog bij Jan Anton in de auto om een boodschap te doen of familie te bezoeken. Steeds vaker zag ik haar, door dat ene raam, voorover op tafel liggen slapen en zwaaide ze niet terug. Vorige week werd ze vanwege ernstige benauwdheid opgenomen en maandag is ze overleden. 84 jaar is geworden. Haar luikjes zijn nu gesloten.

Jan Anton heeft de luiken enige dagen na haar overlijden aan de voorzijde allemaal opengegooid. Wellicht een goed moment om dat in onze relatie met hem ook maar weer eens te proberen. We blijven tenslotte, nu zonder de intermediaire moeder, toch buren.

18.5.07

Quality Time

De "comedy" is een lastig genre want er moet veel leuks in gebeuren. In Quality Time van de Mug met de Gouden Tand gebeurt dat zeker en de voorstelling draait als een dolle. De thematiek is vette satire op het moderne yuppengezin waarin iedereen toch vooral met zichzelf bezig is. Kinderen raken al vroeg besmet met het ik-virus van hun ouders en spannen handig samen om ook hun doel te bereiken. Hypochondrie, verlatingsangst, schoonheidsfobie, jaloezie, ach eigenlijk is het stuk zo volgepropt met allemaal kleine clicheetjes waardoor het echt goed over de top gaat. Schmieren mag in de comedie, poep en pies hoort en meer dan alleen toespelingen op sex maken het feest compleet. Joan Nederlof heeft zichtbaar plezier gehad in het schrijven, al toont ze die emotie zelden in de voorstelling waar ze als miskende zuurpruim weer gewelig voor de dag komt. Een cabareteske voorstelling die de dialoog binnen ons gezin nog wel enkele dagen zal beinvloeden.
(we zaten er in Bouwkunde met onze neus bovenop)

16.5.07

Reichs-CIO

Ik zal ze gaan missen, de gezamenlijke uistapjes met Stefan. Vandaag bezochten we een seminar van het Expertise Centrum (HEC) over “Gedwongen nering”. Niet zozeer vanwege het onderwerp maar vooral omdat onze collega Marcel er een praatje hield, Stefan’s nieuwe opperbaas Nico er het woord voerde en er een boekje van onze auditor Kees ten doop werd gehouden. Een hoog pratend pak gehalte en het aantal, ook maar enigszins in de buurt van leuk, gezellig of verleidelijk komende, vrouwen nihil. Het er samen met Stefan zijn maakt veel goed. Als we weer wat neuzelend staan te netwerken is een blik of gebaar voldoende om ons oordeel over het onderwerp of diegene met wie spreken aan elkaar duidelijk te maken. Die wederzijdse sensitiviteit die ons in groepsoptredens zo effectief kan maken en waarbij we ons bijna altijd in een wat dwarsige puberrol manoevreren. De pakken en hun zweem van belangrijkheid en serieusheid maken ons altijd tot stokers, kwajongens aldus Sjaak. Toch zijn we in staat het o zo doorzichtige spel te spelen.

Een van de sprekers was een plaatsvervangend SG, in het departementale jargon afgekort tot pSG. Aan het hoofd van de departementale organisatie staat een SG (secretaris generaal) en de taak van de pSG is niet zozeer om hem te vervangen maar vooral om allerlei nederige bedrijfsvoeringstaken te verrichten. Hij of zij moet er voor zorgen dat het personeel wordt aangesteld, de boekhouding op orde is, de computers het doen. Ze hebben in de afgelopen decennia omvangrijke staven gebouwd. En zijn daarmee een doelwit voor de 14e SG, de hr. Bekker die de taak heeft gekregen een enorme afslanking van het overheidsapparaat te bewerkstelligen (in de wandelgangen wordt hij al Sonja Bekker genoemd). Ook deze pSG kon het niet laten zijn angst voor Sonja te etaleren. Maar hoe hij ook zijn best deed om te benadrukken dat op IT-gebied veel vorderingen werden gemaakt rond centralisatie, consolidatie, uniformering en meer van die dingen waar gebruikers veel aan hebben, was het effect contrair. De directeuren doen samen met de SG toch lekker waar ze zin in hebben, zo liet hij ietwat zurig doorschemeren, en pipo PSG heeft daarmee het nakijken. Ambtelijk leedvermaak waarvan Stefan en ik zowel weten te genieten als waarmee we ook enige compassie kunnen voelen.

In het kader van het tegenwoordig zo sterk beleden geloof in uniformering (van IT) heb ik de pet van een aanwezige politiefunctionaris maar even opgezet. De zojuist genoemde pSG had ons trots laten weten dat IT inmiddels “Chefsache” was geworden. Wij gaarne bereid dat dan ook, hupla, maar eens over het hoofd van de departementale pSG’s heen te trekken, pleitten onderling onmiddellijk voor een Chief Information Officer (CIO) op rijksniveau. Jawohl, einen Reichs-CIO, John. En zo’n pet past mij natuurlijk als geen ander.

Waterfietsen

Het hoosde en de arme kinderen uit groep 7 moesten deze ochtend hun verkeersexamen afleggen. Wij ouders waren als controleleposten geronseld en moesten langs de route plaatsnemen. Ik was met Coos door de stortregen naar de Hagenpoort gefietst. Onderweg vertelde Coos, sip en kwaad op zichzelf, dat ze haar diploma was vergeten mee te nemen. Daar stond het theoriedeel al als voldoende afgelegd aangekruist maar moest het praktijkkruisje nog worden gezet. En het Hoofd der School zou dit na de tocht uitreiken. Gelukkig bleek ik niet ingedeeld en kon mij zo koppelen aan Jan K. Ik snelde door de aanhoudende plensbuien terug naar huis, haalde Coos d'r diploma en nam de Transit om naar het parcours te gaan. Zo kon ik Jan een overdekte tribune aanbieden van waaruit wij het drukke kruispunt Hoge Hondtstraat/Diepenveenseweg goed konden overzien.
De 28 verzopen katjes, gehuld in doorweekte gele hesjes (met rugnummer) spoelden in trosjes langs. De meesten verdienden hun 2 punten, een enkele vergat de hand uit te steken of ging midden op de kruising stil staan. En ja, dan moesten we streng zijn want de inspectie of Geert Wilders zou er later iets van kunnen gaan zeggen. Coos kwam 's middags terug met het fraai in retrostijl uitgevoerde diploma. Leve 75 jaar Veilig Verkeer Nederland. Ze zijn in ieder geval bedreven geraakt in het ontwijken van immense plassen.

12.5.07

Huwelijksstrand

Al eerder beval ik boeken aan van McEwan en zijn nieuwe roman "Aan Chesil Beach" hoort in dit rijtje zeker thuis. Er is genoeg over geschreven en ik kan er weinig aan toevoegen. In een adem uitlezen en toch genieten van de mooie zinnen en beelden. De thematiek doet denken aan die in Boetekleed waarin ook standsverschillen een belangrijke rol spelen. Ik schreef toen ook al dat zijn constructie zo krachtig is, eigenlijk doorzichtig, maar hij zichzelf er eigenlijk overheen schrijft. Een zo pas getrouwd stel gaat zijn huwelijksnacht beleven in een hotel aan Chesil Beach, het is 1962. We maken enkele uren van die nacht mee, in 200 bladzijden beschreven met flash-backs, en worden tenslotte in enkele pagina's op de hoogte gesteld van wat er na die nacht gebeurde.

6.5.07

Grafstem

Veel Pim Fortuyn de laatste dagen, in kranten en op TV. Het interview met zijn ex-partner Ari Versluis in NRC vond ik het aardigst om te lezen. Versluis beschrijft Fortuyns angst voor alles wat niet-Westers was en illustreert dit met een korte beschrijving van een gezamenlijke wandeling door een (zwart) gekleurd deel van Parijs. Het laat wat mij betreft zien dat angsten in heel sterke mate de ideologie kunnen bepalen. Appeleren aan angsten is de brandstof van religie en politiek en bepaalt de explosieve lading. Uit onderzoek blijkt dat wanneer Pim nog zou leven hij op 25% van de stemmen zou kunnen rekenen. De angst voor de “islamitische horden” zit er nog goed in. De aloude zegswijze dat angst een slechte raadgever is werkt (juist) niet door in ons politieke gedrag.
Bieslog wees mij op een kort hoorspel waarin de inteviewer Pim ontmoet op een Italiaans terras. Er onstaat een vraaggesprek met de overledene.De stem-imitatie is grandioos en het interview wordt daardoor volstrekt geloofwaardig. Alleen het moment dat Fortuyn zegt: “It’s a bloody shame” deed mij even teveel denken aan het nichtenregister van Willem Oltmans. Voor het overige: radio zoals het hoort.

1.5.07

Streekroman

Pieter had me Joe Speedboot al regelematig aanbevolen. Iets weerhield me. Ik denk zowel de titel als de cover (daarom hierboven voor de Duitstalige versie gekozen). Voor de vakantie in mijn koffer gestoken en vervolgens in een ruk uitgelezen. Veel mooie en weelderige taal, onstuimige karakters en thematiek en een heel herkenbare affiniteit met het eigenlijk wereldse plattelandsleven. Dat de schrijver, Tommy Wieringa, uit Goor komt is bijzaak, maar het verhoogt wel de attentiewaarde van zijn beschrijvingen. Hij situeert het verhaal in het dorpje Lomark en dat is een gemankeerd anagram van het nabij Goor gelegen Markelo. Verder deed mij de omgeving denken aan Olst/Wijhe en het in de IJssel gelegen Fortmond.
Schoonma Heleen wist mij te vertellen dat onze voormalige achterbuurman Joop (de vriend van Door), nu verhuist naar iets verder op de Worp, de vader is van Tommy. Dat ik in een kleine wereld leef heb ik al vaker naar voren gebracht.
Opvallend in het boek is de vlakheid van de vrouwenkarakters. De moederrol is traditioneel zachtmoedig en zorgend. De rol van de door alle “vrienden” aanbeden PJ wordt met behulp van een boek in het boek als die van vooral op sex beluste dame neergezet. Het vlakke madonna (moeder)/hoer(PJ)-schema doet af aan de overige rijkdom van het boek.
Ik heb nog nooit een boek gelezen waarin zo’n grote hoeveelheid automerken wordt genoemd en waarbij die merken en types zo’n duidelijke relatie hebben met de sfeerbeschrijving. De Golfjes, Subarus en Ascona’s roepen voor mij het beeld op van de in deze type auto’s (al dan niet met extra velgen en spoilers) rijdende plattelandsjongeren van mijn jeugd. De roman krijgt daardoor voor streek- en tijdgenoten een extra dimensie.

Elfje

Traditiegetrouw valt onze voorjaarsvakantie samen met Coos d’r verjaardag. Ze wilde een bak met vissen, dat krijg je op haar leeftijd, en die ga je niet van Deventer naar Zuid Frankrijk slepen. Voor een mobieltje of een treetje breezer is ze nog te jong en van speelgoed heeft ze eigenlijk nooit veel moeten hebben. Een eigen (fantasie-) wereld scheppen bij Sims, in geschrift of op zolder, een disco of restaurant, is haar ultieme spel Ze bereidt zich voor op een TV-carriere. Daar kun je cadeaugewijs weinig aan toevoegen. Gelukkig is er in Montauban de Dacathlon met niet al te dure paardenspullen, zodat we haar een nieuwe broek en schoenen met “caps” konden aanmeten. Enkele dagen later kon ze met Kelly haar nieuwe outfit uitproberen in ee ritje rond de camping. Ons veulen op een pony, best stoer om te zien.

28.4.07

Coevermans spreekt in

In de loop van maart presenteerde het Deventer College van B&W een Cultuurnota. Een belangrijk element in nota is het gemeentelijk streven naar een Cultuurplein en op dat plein, in dit geval de Nieuwe Markt, moeten Bouwkunde en Filmhuis een gezamenlijk nieuw onderkomen krijgen. Afgezien van Klaas’vrees voor de negatieve effecten van schaalvergroting zitten er nog tal van andere haken en ogen aan een gezamenlijke vestiging op juist die plek. Maar omdat de gemeente met ons meedenkt zijn we zelf ook gehouden met hen mee te denken, zo gaat dat. Van de zijde van de wethouder werd in ieder geval enige druk op ons uitgeoefend om onze zienswijze op de nota tijdens de “politieke markt”, een soort van inspraakavond, kenbaar te maken. Omdat ik ook namens het Filmhuis moest inspreken had ik een tekst op papier gemaakt waarin we naast waarderen ook onze positie moesten markeren. Ik had mijn bijdrage tevoren geklokt op 9 minuten. Omdat wij als laatste aan de beurt waren en ook de wethouder nog belangrijke dingen moest zeggen werd ik door voorzitter Spa regelmatig opgejut om af te ronden, hetgeen uiteraard afbreuk deed aan de retorische kracht die ik er in wilde leggen. Ook was er nauwelijks tijd voor enige gedachtenwisseling met de aanwezige gemeenteraadsleden. Alleen Bert Emens kreeg het woord en vroeg of de “Heer Coevermans” uitsluitend een gezamenlijke huisvesting op de Nieuwe Markt wilde of dat ook andere lokaties bespreekbaar waren. Gretig kon ik, vanwege het niet onproblematische karakter van de plek op de Nieuwe Markt, aangeven dat zeker ook andere plaatsen mogelijk zouden zijn mits we er met z’n allen echt op vooruit zouden gaan.
Yolande, de conculega directeur van de schouwburg, recenseerde mijn bijdrage onmiddellijk na de bijeenkomst: het duurde te lang waardoor het effect verloren ging. Ik was op dat moment even niet ad rem genoeg om haar te antwoorden dat mijn Hetty die klacht ook maar eens al te graag zou uiten.
Met enkele cultuurbobo’s borrelden we nog kort na, gezeten naast de fontein bij de Lebuiniskerk, waarvan Johan Bouwmeester, inspreker die avond nog gloedvol had betoogd dat deze, vanwege zijn lelijkheid en prooi voor vandalisme, toch vooral afgebroken moest worden. Als latinist verbasterde hij Cato’s beroemde zinsnede ongetwijfeld correct. “En overigens ben ik van mening dat de fontein moet worden verwoest.” Hij was de grappigste.
(op de foto de door W.Knuttel gebouwde school die voor onze samenwoning moet wijken)

19.4.07

Knipoog

Ik herinner me ooit eens fotootje van een kapperszaak op de Wallen te hebben gezien. De reclameboodschap luidde iets van “een knip en een wip”. De pornobranche is altijd sterk geweest in innovatie en rijmkunst. In Utrecht wordt nu reeds pro-actief gereageerd op het mogelijke rookverbod in de horeca. Het gaat natuurlijk wel bergafwaarts met ons land als het kappersvak een blowjob wordt.
(foto Lange Janstraat.)

15.4.07

Champagne

(Ronald vijftig, dus een feestje, dus weer de drang iets leuks te moeten doen. Ik diste op het gezellige tuinfeest ons verleden in enkele blogjes volgens mijn formule, een praatje bij een plaatje, op. Een daarvan is (deels) door de Rijksvoorlichtingsdienst voor publicatie geschikt bevonden. De reden om de blog te publiceren is tevens dat ik de slotgrap in de haast van de voordracht niet heb gescoord en dat nu alsnog kan doen)
……
Even heb ik het genoegen mogen smaken in het afdelingsbestuur (van de PvdA) te zitten maar dat was geen succes. Voor een scepticus als ik is het campagnewerk beter en met Ronald maakte ik regelmatig deel uit van een campagneteam. We gingen de wijk in, op zoek naar de kiezer, canvassen, deuren langs met een rode roos of een foldertje waarin tot stemmen werd opgeroepen onder het motto: ”Wie is er eerder de kiezer of de hond.” Regelmatig stonden we oog in oog met een vervaarlijk blaffende bouvier.
Deze foto geeft een goed beeld van onze campagnestrategie. Een mooie meid op de cover doet het altijd, zo weet iedere uitgever. Een celebrity erbij, Dick Dolman(rechts) was toen Tweede Kamer-voorzitter, links onze jonge academicus en rechts achter met bril een van onze arbeidersachterban-iconen, Fred Veldhuizen (doorrookt uitgesproken). Gewoon alle spagaten op 1 praalwagen.
Later met de gemeenteraadsverkiezingen beschilderden we een oud Transitbusje, wiens laatste eigenaar van Turkse afkomst was, met een Roos in de Vuist. Het dashboard was door de vorige bestuurder gesierd met een sticker met de tekst “Allah-korusun” (Allah bescherm ons oid). Het werd al snel onze interne campagneleus. We waren onze tijd ver vooruit.
Enkele weken geleden zag ik de film United 94 over een van de gekaapte vliegtuigen op 11 september 2001. Daar hoorde ik een van de angstige terroristen ook “Allah korusun” roepen. De parallel tussen een zelfmoordcommando en een PvdA-campagne is me pas onlangs echt duidelijk geworden.

13.4.07

Op de Sprakelberg

De begrafenisonderneemster draagt een grote hoed en dito bril. Ze loopt statig voor de lijkwagen waarin de kist met Theun, de vader van Dick en Sicco. Hij overleed vorige week zaterdag op 82-jarige leeftijd in zijn slaap. Ik herinner mij Theun vooral vanuit onze middelbare-schooltijd. Wanneer we weer een bijzonder plan hadden, aan tafel onder het genot van Ali’s soep luidruchtig grappen maakten, of met een kater verhaalden over wat we die nacht hadden beleefd, dan schudde hij altijd een beetje och, och met z’n hoofd terwijl gelijktijdig in zijn ogen pretlichtjes schenen omdat hij zo’n genoegen schiep in de manier waarop wij ons vermaakten. Ons jeugdige drankgebruik was menigmaal ook voor hem een alibi nog eens extra cognacje in te schenken. Een liberale vader, zoals Sicco hem mooi en gevoelig karakteriseerde in zijn toespraakje bij het graf op de Sprakelberg. Een toeschouwende deelnemer. De laatste jaren ging zijn lichamelijke en ook geestelijke conditie sterk achteruit, hij moest gescheiden van zijn Ali in een verzorgingstehuis worden opgenomen en het leven begon hem zwaar te vallen.
Het bijzondere aan een begrafenisritueel is de zichtbaarheid van de familie. Van de kinderen en de kleinkinderen in de volgauto’s en rond de kist. De eindigheid van het leven en de zichtbaarheid van het voortleven in volgende generaties. Terwijl de zon schijnt, het jonge groen overdadig te voorschijn komt en de vogels kwetteren. De natuur trekt zich van de dood van een enkel mens gelukkig niets aan.
In de zaal van Cafe Peters, waar we ooit uit- en lichtzinning de Septemberfeesten vierden, eten we kadetjes en drinken we een paar biertjes ter nagedachtenis aan Theun. We droegen hem ten grave op enkele tientallen meters van de slaapboerderij waar de basis voor onze vriendenkring werd gelegd. Stapvoets, bijna ongemerkt, nemen we afscheid van een deel van onze jeugd.

9.4.07

Margreet en Kart

We begonnen de schoonfamilie-paasviering met klootschieten in’t Joppe. Twee teams waarvan de onze al snel de zwakste bleek. Maar wat kon het schelen. Het weer was zonnig en zwoel, het ontbottende landschap aards en lieflijk, en de kinderen dartelden in berm en beemd, meer in hun eigen spel dan betrokken in het af en toe werpen van de kloot. Margreet en Mart hadden een verassing in petto, want na het spel vervoerden ze ons naar de nabijgelegen kartbaan. De kinderen kregen stoere integraalhelmen op en namen enthousiast plaats in de skelters. Bart was de enige die een haarnetje onder z’n helm had aangetrokken. Hij reed als langzaamste over de baan en was steeds druk in de weer het over zijn ogen heenzakkende netje naar boven te duwen. Bij alles wat hij doet werkt hij onbewust aan de verhoging van de aandoenlijkheidsfactor. Derk scheurde, stoertje als hij is, als een ware formule1-coureur over de baan, bij de tribune een hand opstekend om ons als uitzinnig publiek te groeten. Coos had een smaakvolle witte helm uitgekozen en haar blonde lokken wapperden er vrouwelijk onder vandaan. Ze reed zoals altijd, vlot doch beheerst. Na de tien minuten rijtijd waren ze door het dolle. We konden niet anders dan beloven over niet al te lange tijd nog eens te gaan. Margreet en Mart hebben, genereus dat zeker, de racelust in hen opgewekt. Pasen anno 2007.